Seksuele voorlichting

Dit is de eerste draft voor mijn documentatiemap over seksuele voorlichting, samengesteld voor de opdracht gedocumenteerd schrijven voor het vak Nederlands. De mogelijke onderwerpen waren voetbal, de spreidingswet of seksuele voorlichting op school. Ik heb de minst saaie gekozen.

1. Wat zijn de doelen van seksuele vorming op school?

Er zijn geen landelijk bepaalde doelen voor seksuele voorlichting. Er is volgens Rutgers en SOAIDS Nederland (Kerndoelen, 2022) alleen landelijk vastgesteld dat seksuele voorlichting onderdeel van het curriculum moet zijn:

Sinds eind 2012 zijn scholen verplicht aandacht te besteden aan seksualiteit, diversiteit en met name seksuele diversiteit. Scholen hebben daarnaast de taak te zorgen voor een sociaal veilig klimaat in en om de school en aandacht te besteden aan burgerschap. Scholen zijn echter vrij om hier zelf invulling aan te geven.

Seksuele vorming is sinds eind 2012 verplicht voor het basisonderwijs, voortgezet onderwijs (onderbouw) en speciaal onderwijs. Het ministerie van OC&W wil hiermee aan de ene kant seksuele dwang of grensoverschrijdend gedrag voorkomen, maar ook homonegatief gedrag. En aan de andere kant respectvol gedrag dan wel seksuele weerbaarheid van leerlingen bevorderen.

Het is volgens S. Roubroeks (2022) ook niet verplicht om mee te doen aan themaweken of om specifiek lesmateriaal te gebruiken:

We schreven het hierboven al: alleen op hoofdlijnen is seksuele vorming verplicht. Dus het staat iedere school vrij of ze wel of niet meedoen aan themaweken. En waar er op de ene basisschool gesproken over seks, gaat het op de andere basisschool alleen over verliefd zijn.

Er zijn wel vanuit organisaties die zich inzetten voor seksuele vrijheid en onderwijs belangen en doelen van seksuele voorlichting vastgesteld.

Zo vermeld een site van Kenniscentrum Rutgers en SOAIDS Nederland een aantal voordelen van het geven van seksuele voorlichting (Doelen seksuele vorming, 2022):

Wat levert seksuele vorming de school op?

Uit onderzoek in de bovenbouw blijkt dat leerlingen na de lessen relationele en seksuele vorming:

Daarnaast vermeld Sensoa op haar website een aantal doelen (Waarom seksuele vorming?, n.d.) met betrekking tot seksuele voorlichting:

Doelstelling 1: Jongeren zijn begeleid in hun seksuele ontwikkeling

Dat vraagt aandacht voor de ontwikkeling en steun bij de keuzes die kinderen en jongeren moeten maken. Met aandacht voor hun

Doelstelling 2: Jongeren ontwikkelen attitudes, waarden en normen

We willen dat kinderen en jongeren:

Doelstelling 3: Jongeren vermijden risicogedrag

Seksuele vorming moet kinderen en jongeren in staat stellen om risico’s als ongeplande zwangerschap, hiv en andere soa’s, ongewenste seks en seksueel misbruik te voorkomen.

Het is daarom van belang dat ze:

Tot slot riepen Luc Lauwers et al. (2022) op aan het ministerie van Onderwijs tot hervormingen van het seksuele onderwijs. Hun manifest bevatte een aantal doelen die goed seksueel onderwijs zou kunnen verwezelijken:

Samenvattend

Uit al deze bronnen kunnen we een aantal doelen halen, die vastgesteld zijn door betrouwbare instanties in de context van seksuele voorlichting:

2. Worden de doelen van seksuele voorlichting behaald met de huidige invullig? Waarom wel of niet, en wat zijn de cijfers?

Uit het onderzoek van Hanneke de Graaf et al. (2023) kunnen we een aantal conclusies trekken.

De acceptatie voor seksuele diversiteit en LHBTIQ+ is gestegen tenopzichte van 2012:

In 2012 keurde de helft van de jongens (52%) en een kwart van de meiden (26%) het af als twee jongens elkaar zoenen op straat, in 2023 is dat afgenomen naar een kwart van de jongens (24%) en een op de elf meiden (9%).

Helaas komt seksueel grensoverschrijdend gedrag steeds meer voor:

[H]et aantal jongeren dat aangeeft seksueel grensoverschrijdend gedrag mee te maken [neemt] toe.

Maar dit kan natuurlijk ook een effect zijn van het feit dat seks bespreekbaarder is en mensen dus durven te praten over hun ervaringen. In dat opzicht is misschien dat doel juist behaald.

Daarnaast wordt er minder anticonceptie gebruikt:

De groep die geen anticonceptie gebruikt, groeit echter ook. Een op de vijf meiden die ooit vaginale seks had, gebruikt geen anticonceptie. In 2012 was dat één op de elf.
Ook het condoomgebruik onder jongeren neemt verder af. In 2017 gebruikte nog bijna driekwart van de jongeren een condoom bij de eerste vaginale seks. In 2023 is dat gedaald naar tweederde. Onder jongeren die geen relatie hadden met hun laatste sekspartner, groeide het deel dat nooit een condoom gebruikte met deze partner. Bij de jongens nam dit toe van 25% in 2012 naar 40% in 2023 en bij de meiden van 36% in 2012 naar 46% in 2023.

Ook wordt er benoemd dat “toestemming niet altijd goed [wordt] ingeschat”:

Het aantal jongeren dat aangeeft dat ze ooit seksuele grensoverschrijding hebben meegemaakt, is gestegen. Vier procent van de jongens en 20% van de meiden geeft aan weleens gedwongen te zijn tot seksuele handelingen die zij niet wilden. In 2017 was dat nog respectievelijk 2% en 12%. Ruim de helft van de meiden (54%) en een op vier jongens (23%) hebben te maken gehad met fysieke seksuele grensoverschrijding: van ongewenste aanrakingen tot allerlei vormen van seks tegen de wil. In 2017 was dit respectievelijk 48% en 18%. Dit terwijl de meeste jongeren (94%) aangeven dat ze altijd zeker weten dat de ander ook seks wil. Tien procent van de jongeren geeft aan dat ze dit niet altijd checken. Meestal geven ze hiervoor als reden dat ze dit wel weten zonder dit te checken.

In dat opzicht zijn we ook niet heel goed in het bevorderen van gezonde en gelijkwaardige relaties.

3. Wat zijn aspecten van seksuele voorlichting die onderbelicht zijn in de huidige lesprogramma’s?

In het manifest wat ik hiervoor al noemde staan een aantal dingen die momenteel niet genoeg terug komen in seksuele voorlichting:

Het manifest is deels gebaseerd op een kwalitatief onderzoek van Marianne Cense et al. (2029), waarin 300 leerlingen meedenken over seksueel onderwijs. Hierin worden een aantal dingen aangegeven:

4. Welke kritiek is er op seksuele voorlichting?

Kritiek op leeftijd waarop seksuele voorlichting begint

Er spelen bepaalde angsten rondom seksuele voorlichting op school. Ook Ineke van der Vlugt (2015) herkent dit:

Met stip op één: hoe vroeger je begint, hoe eerder kinderen seksueel actief worden. Dat is overigens niet waar. We weten uit onderzoek dat kinderen juist later seksueel actief worden – en bovendien beter in staat zijn om seksueel gezonde keuzes te maken – als ze op school seksuele vorming krijgen.

Kritiek op conversatieve lesprogramma’s

Volgens I. Pihlajamaa (2023) is het “plakband-metafoor” dat in lesprogramma Be-Loved van WISeducatie voorkomt schadelijk:

Op reformatorische en evangelische middelbare scholen krijgen jongeren onder andere seksuele voorlichting door middel van de metafoor van plakband. Volgens seksuoloog Peter Leusink is dit lesprogramma Be-Loved schadelijk voor de seksuele opvoeding van jongeren. Daarom roept hij het RIVM op het lesprogramma te herzien.

Volgens de huisarts en seksuoloog van de Nederlandse Wetenschappelijke Vereniging voor Seksuologie (NVVS), Peter Leusink, is de plakband-metafoor niet in lijn met de huidige wetenschappelijke inzichten. Zoals Leusink uitlegt is nog nooit aangetoond dat vaak seks hebben leidt tot een verminderd vermogen om betekenisvolle relaties met anderen aan te gaan. Volgens Leusink weet je bovendien nog steeds niet waar je wensen liggen op het moment dat een intieme relatie begint, als je alleen maar grenzen aanleert. Dan is de kans volgens Leusink groter dat iemand zich in een relatie later aanpast aan de wensen van de ander. Dit komt het eigen seksueel welzijn en de seksuele relatie niet ten goede en dat kan nooit de bedoeling zijn van seksuele vorming.

Lesprogramma’s zijn niet toereikend om doelstellingen te behalen

Dit heb ik al uitgebreid besproken bij vraag twee en drie. Niet nodig om er verder op in te gaan.

5. Hoe gaan andere landen met seksuele voorlichting om?

De VPRO publiceerde een artikel (S. Roubroeks, 2022) waarin gereflecteerd wordt op seksuele voorlichting in Nederland. Ik noemde het bij vraag 1 ook al kort. In dit artikel wordt ook het beleid van een aantal andere landen genoemd:

In een ander artikel getiteld let’s talk about sex, (baby) (2023), gaat het programma Metropolis er verder op in:

Bronvermelding

Roubroeks, S. (1 juni 2022), Seksuele voorlichting in Nederland: hoe het nu is en wat er mist. VPRO. https://www.vpro.nl/lees/specials/2022/seksuele-voorlichting-in-nederland.html

Kerndoelen. (2022). Kenniscentrum Rutgers, SOAIDS Nederland. https://seksuelevorming.nl/onderwerpen/kerndoelen/

Doelen seksuele vorming. (2022). Kenniscentrum Rutgers, SOAIDS Nederland. https://seksuelevorming.nl/onderwerpen/doelen-seksuele-vorming/

Waarom seksuele vorming? (n.d.) Sensoa. https://www.sensoa.be/waarom-seksuele-vorming

Lauwers et al. (2022). Manifest voor betere seksuele vorming. Kenniscentrum Rutgers. https://seksuelevorming.nl/wp-content/uploads/2023/03/Manifest-seksuele-vorming.pdf

de Graaf et al. (2023). Seks onder je 25e. Kenniscentrum Rutgers. https://rutgers.nl/wp-content/uploads/2024/01/Boek-S25-2023-incl-cover.pdf

Cense et al. (2019). Gewoon, het taboe eraf halen. Kenniscentrum Rutgers. https://rutgers.nl/wp-content/uploads/2021/09/Gewoon-het-taboe-eraf-halen.pdf

van der Vlugt, I. (5 juni 2015). Hoezo seksuele voorlichting voor kleuters?. Kenniscentrum Rutgers. https://rutgers.nl/stories/hoezo-seksuele-voorlichting-voor-kleuters/

Pihlajamaa, I. (5 april 2023). Ook in Nederland leren christelijke scholieren over de plakband-metafoor: hoe vaker je seks hebt, hoe moeilijker je je later kan binden. KRO-NCRV. https://pointer.kro-ncrv.nl/ook-in-nederland-leren-christelijke-scholieren-over-de-plakband-metafoor

let’s talk about sex, (baby). (4 september 2018). VPRO, Metropolis https://www.vpro.nl/programmas/metropolis/online-stories/seksuele-voorlichting.html